Wat een spaarrekening nu oplevert
Bij de drie grootste Nederlandse banken, ABN AMRO, ING en Rabobank, krijg je op een vrij opneembare spaarrekening op dit moment ongeveer 1,3% rente per jaar, blijkt uit een vergelijking van Raisin en Geld.nl.
Op €10.000 spaargeld levert dat ongeveer €130 rente per jaar op, voordat er belasting bij komt.
Wat een thuisbatterij in dezelfde orde van grootte oplevert
Een kleine stekkerbatterij kost meestal tussen de €1.000 en €2.000, in onze eigen productdatabase tussen de €239 en €443 per kWh opslagcapaciteit. Uit onze rekenvoorbeelden blijkt dat zo'n batterij zich bij een gemiddeld huishouden met zonnepanelen in het meest waarschijnlijke scenario in 8 tot 9,5 jaar terugverdient. Dat komt neer op een jaarlijkse besparing van ruwweg €130 tot €260, afhankelijk van de precieze grootte en het huishouden.
Die jaarlijkse besparing simpelweg delen door de aanschafprijs geeft een te positief beeld: dat komt uit op ongeveer 10,5% tot 12,5% per jaar, maar dat cijfer klopt niet helemaal. Bij een spaarrekening blijft je inleg intact. Je hebt na een jaar nog steeds je oorspronkelijke bedrag, plus rente erbovenop. Een batterij slijt juist: na de gebruikelijke levensduur van 15 jaar is hij versleten en is de aanschafwaarde niet meer terug te winnen. Een deel van de jaarlijkse besparing is dus het terugkrijgen van je eigen inleg.
Reken je dat door over de hele levensduur van 15 jaar, dan kom je uit op een jaarlijks rendement van ongeveer 6% tot 9%. Dat is nog altijd ruim vier tot zeven keer zo veel als de 1,3% rente die je nu op een spaarrekening krijgt. Deze besparing is bovendien geen gegarandeerd rendement: ze hangt af van je eigen zonnepanelen, verbruik en de aanname dat energieprijzen zich ontwikkelen zoals verwacht. Milieu Centraal en de Consumentenbond waarschuwen beiden dat deze uitkomst bij een verkeerd gekozen, te groot systeem flink tegenvalt, tot en met een batterij die zich helemaal niet terugverdient. Reken je eigen situatie na in ons artikel over terugverdientijd.
Het kleine belastingvoordeel in box 3
Heb je vermogen boven de vrijstelling in box 3, €59.357 voor een alleenstaande en €118.714 voor fiscale partners samen in 2026, dan telt spaargeld daarboven mee voor de vermogensbelasting. Voor spaargeld rekent de Belastingdienst in 2026 met een voorlopig verondersteld rendement van 1,28%, waarover je 36% belasting betaalt. Dat komt neer op ongeveer 0,46% belasting per jaar over het bedrag boven de vrijstelling, ongeacht wat je bank je werkelijk aan rente geeft.
Geef je een deel van dat vermogen uit aan een thuisbatterij, dan telt dat bedrag op de peildatum, 1 januari, niet meer mee als spaargeld in box 3. Op €4.000 scheelt dat ongeveer €18 per jaar aan belasting, zolang je vermogen boven de vrijstelling blijft. Zie dit als een bijkomend voordeel: bij de meeste huishoudens weegt de besparing op je energierekening veel zwaarder mee dan dit belastingeffect. Let wel: deze cijfers voor 2026 zijn voorlopig en worden pas begin 2027 definitief vastgesteld. Twijfel je over jouw persoonlijke situatie, raadpleeg dan een belastingadviseur of de Belastingdienst zelf: dit artikel is geen fiscaal advies op maat.
Je hoeft niet te kiezen tussen sparen en een batterij
Wil je je spaargeld liever intact laten, bijvoorbeeld als buffer voor zorgkosten? Dan hoeft dat geen reden te zijn om van een batterij af te zien. De Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds financiert de aankoop apart, tegen 3,92% tot 4,40% rente per jaar afhankelijk van de looptijd, en zelfs renteloos als het gezamenlijke inkomen van je huishouden onder de €60.000 bruto per jaar ligt. Zo kun je de besparing van een batterij combineren met een intacte spaarbuffer.